fos open scouting

Wie zijn we - geschiedenis

Een leider vroeg me laatst, hoe oud is onze groep eigenlijk? Ik begon even te rekenen en kwam tot de vaststelling dat 233 is gestart in 1947. Bij deze dacht ik eraan mijn scoutsdocumentatie maar eens van ’t zolder te halen om te gaan grasduinen in het verleden van onze groep. Aangezien ik als welp mijn scoutscarriëre ben begonnen in 1958 heb ik in al die jaren wel wat verzameld. En zoals onze Oud-Nationaal Commisaris Dr. Jan Ceurremans zijn uiteenzetting begon op de 35-jarige viering van onze groep (25 juni 1983), en ik citeer:“…Ik ga het hebben over een mirakel, wat is een mirakel? Een bovennatuurlijk feit, niet in overeenstemming met de wetten van de natuur. Uiteraard ben ik niet erg geneigd in mirakels te geloven. Nochtans is er één mirakel waar ik wel in geloof, namelijk van het nog steeds voortbestaan van de eenheid Durendael, nu 35 jaar met vallen en opstaan, maar nog steeds gaande…”Hoe is Durendael ontstaan?

Ik wil de geduldige lezer nog even op de proef stellen, want het ontstaan van onze Nationale Scoutsvereniging is de bakermat van onze plaatselijke geschiedenis en zeker zo interessant. Daar wil ik dan ook mee beginnen. Zoals jullie wellicht weten wordt 1907 algemeen beschouwd als het jaar waarop scouting ontstond, omdat in dat jaar Lord Baden-Powell op Brownsea eiland zijn 1ste kamp voor jongens organiseerde. Het jaar daarop verscheen zijn boek “Scouting for boys”, dat scouting over gans de wereld bekend maakte.Een jonge Engelsman, Harold Parfitt, die in Brussel woonde, stichtte er in 1909 een 1ste scoutsgroep. Weliswaar behoorde alle leden tot de Engelse kolonie in Brussel. Maar zijn voorbeeld kreeg navolging, hier en daar ontstonden spontaan scoutstroepen, zodat op 23 december 1910 de Algemene Raad van B.S.B. (Boy Scouts van België) plaatsvond. Op 18 juni 1911 wordt de 1ste troep te Brussel door de Algemene Raad officieel erkend. Zo komt het dat B.S.B. (waaruit later F.O.S. is ontstaan) niet alleen de oudste scoutsvereniging in België is maar ook de 1ste op het Europese vasteland. In 1912 werd, binnen de katholieke zuil, en in navolging van B.S.B. het V.V.K.S. (Vlaams Verbond van Katholieke Scouts) opgericht (nu Scouts & Gidsen Vlaanderen).In de oude BSB-archieven vinden we in het jaar 1914 en onder het aansluitingsnummer 23 de oprichting van de 1ste scoutsgroep in Lier. Nauwelijks was deze troep in leven of de Eerste Wereldoorlog (1914-18) brak uit en tijdens de Duitse bezetting werden noodgedwongen alle activiteiten stopgezet. Pas in 1919 vinden we een nieuw aansluitingsnummer voor Lier, nu de 43ste scoutstroep BSB. Maar geen enkel document geeft ons enige duidelijkheid over deze scoutstroep of hoelang hij heeft bestaan.Pas in september 1946 werd door de toenmalige Minister van Onderwijs, Kamiel Huysmans een circulaire gericht aan de directie van alle Rijksscholen. Daarin benadrukte hij het sterk educatieve belang van scouting en gaf de aanbeveling om, waar mogelijk scoutsgroepen op te richten. Onder impuls en op aandringen van Dr. Jan Ceurremans, gaf de toenmalige directeur van het Atheneum, de Heer Ceulemans hieraan gevolg en vroeg zijn turnleraar, Fernand Claes om zich met een scoutsgroep bezig te houden. Er werd op nieuw een aansluitingsnummer gevraagd bij BSB en nu was het nummer 233! Zo ontstond in het jaar 1947 de eenheid Durendael in Lier.Durendael (of in het oud-Frankisch Durandal) naar het zwaard van Ridder Roeland, de heldhaftige neef en paladijn van Keizer Karel. Het zwaard Durendael is in ons eenheidkenteken afgebeeld en staat symbool voor moed en volharding ( ik citeer hier het heldendicht over Roeland: Chanson de Roland)

Een schooljaar met iedere zondag scoutsactiviteiten die hoofdzakelijk doorgingen op de speelplaats van de toenmalige “Ecole-Moyen” (Kon. Atheneum), gevestigd in het huidige Timmermans-Opsomer museum. In de zomer van 1948 ging de groep voor de eerste maal op kamp, en wel met twee volwaardige patrouilles, naar de Kesselse Heide. Dat zij toen nog onder sterke voogdij van de school stonden blijkt uit de eis dat zij wel in tenten mochten kamperen maar wel voorzien van een houten bevloering. Want voor mensen die nog nooit aan scouting gedaan hadden bleek het ondenkbaar dat de kinderen zomaar met een strozak op een grondzeil zouden slapen. Het volgende jaar kregen de activiteten meer scoutstechnische allures. Er was al sprake van trektochten en kompaslopen. In 1949 had de groep ook meer autonomie gekregen en ging het zomerkamp door in Ferooz, nabij Gembloers, in een prachtig stukje woud. Het was een zeer geslaagd kamp, volgens de verslagen, maar dat voor de troep op een semi-drama eindigde. Eén van de scouts had naar huis geschreven dat er “héél erge dingen” waren gebeurd op kamp, maar hij zou dit wel uitleggen bij zijn thuiskomst. De leiding was zich niet bewust dat dit berichtje in Lier was rondgegaan en er zich een aantal verontruste ouders hadden gevormd. Dat resulteerde in een telegram van Directeur Ceulemans aan leider Claes om onmiddellijk naar Lier te telefoneren. Maar zo eenvoudig ging dat niet op een kamp en de activiteiten kregen voorrang, het telefoongesprek werd uitgesteld. De nacht viel, de scouts waren al slapen, de leiding zat nog wat te praten voor de tent, toen plots rond middernacht in het bos een onmenselijk gebrul opsteeg; vloekend en tierend verscheen vanuit het duistere bos de directeur met twee leraars. Wat was er nu gebeurd? De leiding had, omdat ze ondervonden dat de meeste scouts erg veel snoepten, inspectie van de tenten gedaan. Daar vonden ze bergen snoepgoed dat door bezorgde ouders was meegegeven. De snoep werd in beslag genomen, om rechtvaardig ieder zijn deel te geven bij het dessert. Dat waren de “héél erge dingen” die de brave briefschrijver vermeldde. Ik verhaal dit uit een logboek van 1949 om aan te duiden dat meer dan een halve eeuw later diezelfde feiten zich toch nog herhalen.

Wij zijn gekomen in het jaar 1950. Door allerhande onbegrip en desinteresse van de schooldirectie werd besloten de scouts- activiteiten meer en meer buiten de school te doen. Onze scoutsgroep verkreeg daarom een kleine bergplaats in de tuin van de familie Queeckers waar de vergaderingen toen doorgingen. Het jaarlijks zomerkamp ging door in het Brabantse Dworp. Als eigenaardigheid van dit kamp is vermeld dat alle mededelingen met morseseinen werden gedaan. Na het kamp kende iedere scout heel goed zijn morsetekens. De grote bezieler van onze scoutsgroep, die telkens weer voorkomt in de verslagen was Dokter Jan Ceurremans. Hij was toen Gewestcommissaris van ons gewest Lier - Mechelen, dat later het gewest of provincie Antwerpen werd. Dr. Jan Ceurremans, met zijn totem Valk, was eigenlijk al die jaren de mentor achter het 233ste. Tot hij in 1958 Nationaal Commissaris werd van onze Boy-Scouts en Girl-Guides van België.

Master Claes en zijn assistent Lucien Queeckers organiseerden in 1951 het zomerkamp op de Kluis in het Meerdaalwoud bij Leuven. Volgens het logboek werden vele scoutstechnieken uitgediept: o.a. natuur - observatie en dierensporen in gips gieten. ‘s Nachts gingen de patrouilles om beurten het woud in om reeën en everzwijnen te verschalken. Dat kon in die jaren nog, spijtig genoeg blijft er van dat grote woud rond Leuven nog maar een beschermd bos over.

In 1952 stopt Master Claes wegens familiale omstandigheden en Lucien Queeckers nam de taak van troepsleider over. Hij organiseert het zomerkamp in Maboge, nabij La Roche ( een plaats die nog dikwijls zal terugkomen in deze historiek). Een prachtig terrein langst de oevers van de Ourthe op een half uur van de bewoonde wereld. Een heel warm kamp met veel wateractiviteiten en lange dagtochten. Een kamp in de Ardennen was toen een heel avontuur. Men vertrok per trein met al het kampeermateriaal en enkele fietsen. In elk station waar er werd overgestapt moest ook het materiaal worden overgeladen en natuurlijk rugzak en levensmiddelen. Ter bestemming moest er nog 15 km gestapt worden vooraleer het kampterrein bereikt werd.

1953 werd een dieptepunt voor onze groep. De scouts werden ouder en kregen andere belangstellingspolen, er werd niet aan recrutering gedaan en de wekelijkse activiteiten vielen omzeggens stil. Toch werd er door de T.L. en één P.L. deel- genomen aan een zomerkamp van een Antwerpse troep in Bohan aan de Semois. 1954 bracht toch terug heropleving in het 233ste. Er werd een recrutering gedaan in de school en twee voltallige patrouilles, de Leeuwen en de Wolven kwamen wekelijks bijeen. Er werd voor het eerst gewerkt in een thema: Robin Hood. Dit thema werd ook meegenomen op kamp in Lesse aan de Lesse, nabij Redu. Zoals in die tijd gebruikelijk was, werd alles op kamp (trektochten, spelen, nachtspelen, enz) in het teken van een bepaald thema gesteld : Robin Hood. Weken en weken op voorhand werden de moeders van de scouts aan het werk gezet om kledij te naaien, wambuizen in ruwe stof en in felle groene, rode en andere kleuren, een puntmuts met een zwierige fazantenpluim, enz. De leiding van het kamp : Roger Grignard in de rol van Robin Hood (zijn broer Ferre Grignard was toen nog patrouille-leider), Ook Valk (Dr. Jan Ceurremans) trad aan op dit kamp als Richard Leeuwenhart, compleet met harnas, helm en zwaard. Onze Durendael troep bestond toen uit een goede 8 man, en de eerste week kampeerden we gemeenschappelijk met enkele andere troepen uit het Antwerpse (zoals het 9e). Wij sliepen in oude legertenten (niet aan te raken wanneer het regende, want dan had je een lek…), op een echte “strozak” (een zak gevuld met stro) en in twee dekens die met behulp van grote veiligheidsspel-den tot een soort slaapzak werden geknoopt.

Zo zijn we aan de periode van de kampthema’s gekomen. In 1955 verhuisde onze troep naar een andere locatie. Het lokaaltje bij de familie Queeckers was te klein geworden. Een andere scoutsvader, Bob De Groof stelt een stuk grond op Hagenbroek ter beschikking ( nu de Mallekotstraat) en de nodige materialen om een echte blokhut te bouwen. Daar is dan ook met man en macht bijna een gans scoutsjaar aan gewerkt. De zomer van 1955 ging het kamp door in Harre, bij Werbomont, met als thema: woudlopers met Davy Crocket. In 1956 werd het zomerkamp in Couvin gehouden, met als thema “indianen”. In 1957 namen vier van onze scouts deel aan de Wereld Jamboree in Sutton Coldfield, Engeland. De viering van het vijftigjarig bestaan van scouting. Met aansluitend een verblijf in Schotland. In 1958 gingen enkele scouts als keukenploeg mee helpen naar de Nationale Wood-Badge-cursus in Heure-en-Famenne. Waar ze de eer hadden Lady Olaf Baden Powell, de weduwe van de stichter van de scoutsbeweging te ontmoeten. Dat jaar stopt Master Queeckers wegens verdere studies. Uit het Anwerpse komt Jack Speck over naar Lier om de Eenheid te leiden. Hij is het die Albertine Thys bereid vond om een welpenhorde op te starten. Albertine als Akela, samen met Myriam Torfs, Baghera en Liliane Van Hoof, Kaa begonnen zij boeiende djungle-activiteiten in de houten barakken van het intussen verlaten Kon. Atheneum (dus nu het museum).

In 1967 worden 5 van onze verkenners afgevaardigd naar de Wereld Jamboree in de U.S.A. Datzelfde jaar trekt de heer Speck zich terug uit de groep en wordt opgevolgd door de heer I. Crokaerts. In de welpenhorde neemt H. De Koninck de taak van Akela over. Tijdens het scoutsjaar 1967-68 gaan er verschillende feestactiviteiten door ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van Durendael. Als sluitstuk wordt er een nationaal Paaskamp georganiseerd op de velden achter het Begijnhof te Lier (waar nu de sportvelden liggen), waar scoutspatrouilles uit gans het land drie dagen hebben gekampeerd.

In 1970 gaat onze scoutsgroep naar Wales, op uitnodiging van de Britse scoutsfederatie, om deel te nemen aan de Nationale Jamboree van Groot-Brittanië.

In 1972 neemt de heer H. Schoors de taak van eenheidsleider over en stuurt onze groep verder in de goede richting tot bij zijn ontslag in 1975.

Vanaf dat jaar maakt onze groep een moeilijke periode door, wegens een gebrek aan leiding. De verkennerstak valt geheel uiteen.

Toch was er nog een grootse vlottentocht van 8 dagen op de Nete in 1976.

Twee jaar later breekt de zon weer door voor Durendael, dank zij de vernieuwde inzet van de heren I. Crokaerts en R. Vervoort. Begin jaren '80 is Durendael terug een bloeiende eenheid van ong. 50 leden, die eerst nog onderdak vinden in het Kon. Atheneum van Lier, maar in 1983 konden verhuizen naar het (intussen verdwenen) gebouw in de Blokstraat 15, ter beschikking gesteld door de stad.

Zoals de meeste groepen had ook Durendael te kampen met hoogtes en laagtes en tegen het midden van de jaren '80 was de eenheid terug ernstig uitgedund. Uiteindelijk zou in 1985-86 Durendael terug op non-actief geplaatst worden, wegens een gebrek aan leiding.

In 1989 zou, opnieuw, onder de impuls van I. Crokaerts, samen met C. Vanoppen en T. Van Doren, gestart worden met een verkenners- en gidsentak van tien personen. Het lokaal bleef in de Blokstraat, dat er na die enkele tussenjaren redelijk verwaarloosd bij stond (en dat zou enkel maar erger worden). Vanaf dan zal de groep enkel maar uitbreiden en veel mensen zien komen en gaan.

In 1992 start onze eenheid terug met een welpentak en wordt er 1 Durendaeler afgevaardigd naar de Wereld Jamboree in Zuid-Korea en in 1995 zijn dat er al 6 voor de Wereld Jamboree in Nederland. Het is ook in 1995 dat I. Crokaerts een stap terug zet als eenheidsleider en wordt opgevolgd door J. Goormans. Deze zou er echter het jaar daarop al de brui aan geven, waardoor D. Crokaerts, bij gebrek aan andere kandidaten, een half jaar als eenheidsleider zal optreden.

Intussen is het lokaal in de Blokstraat onwerkbaar geworden en eind 1996 krijgt de eenheid een nieuw, tijdelijk, onderkomen aangereikt door het stadsbestuur, zijnde de zolders van de Kluis in de De Heyderstraat (die we jammer genoeg moeten delen met een andere jeugdbeweging). De plannen voor de bouw van een eigen Durendaelheem zouden tegen die tijd reeds vorm aangenomen hebben.

Begin 1997 neemt juffrouw S. Crokaerts het roer over als eenheidsleidster van Durendael en blijft onze eenheid gestaag wat betreft ledenaantal (tussen de 50 à 70 leden). Tevens wonen onze JéVéGés en VéGés de Nationale Jamborees bij van Windsor (Engeland) in '93, van Dunfermline (Schotland) in '97, van Dronten (Nederland) in 2000

In 1999 wordt er, na de nodige jaren voorbereiding en de onder de impuls van I. Crokaerts, gestart met de bouw van een eigen lokaal en in 2000 is die droom eindelijk verwezenlijkt! Durendael heeft een eigen lokaal op het terrein van Den Hof aan de Maasfortbaan.

In 2001 is de 4-jarentermijn als eenheidsleidster van S. Crokaerts verlopen en wordt zij opgevolgd door D. Crokaerts. In de 4 jaren tot op heden zal het verloop van leden, zoals altijd, groot zijn: leden komen en gaan, sommige doorlopen meerdere takken en komen zelfs in leiding, nieuwe mensen stappen in leiding, een generatie stopt systematisch met actief leiderschap, kortom ... onze eenheid ademt en leeft! En intussen voelen we ons meer dan thuis op Den Hof. De bevertak wordt terug opgestart, alsook de seniortak (die beide in het verleden ook reeds waren opgestart, maar steeds terug een stille dood gestorven wegens een gebrek aan leiding).

In 2002 volgt nog een hoogtepunt wanneer onze eenheid de Saamdagen van F.O.S. organiseert, op de terreinen van de Dungelhoefkazerne, en die een groot succes worden. Onze naam is gemaakt!